
William, of Guillaume voor zijn Franse medelanders, was vorige week mee geweest met de tour naar de Ayers Rock. Afgelopen zondagavond zag ik hem weer, maar dan in Darwin. Opeens. We stonden buiten een kroeg aan Mitchell Street, toen hij vertelde dat hij een auto had gehuurd voor vier dagen en naar Litchfield National Park zou gaan. Morgenochtend. Als ik mee wilde, dan konden we de kosten delen en zou het nog weleens gezellig kunnen worden, ook. Dat was natuurlijk voorwaar kein thema.
Om acht uur zag ik hem bij zijn hostel aan datzelfde Mitchell Street, waar ik met mijn hele hebben en houwen (18 kilo) naar toe was gelopen. Hij had het al helemaal uitgedokterd: de bussen waren gratis vandaag, dus we konden gratis naar autoverhuurder Thrifty aan de Stuart Highway. Er zou een bushalte voor de deur zijn. Daarna hoefden we alleen maar de tassen achterin te dumpen en ons op weg te begeven richting Litchfield, dat 130 kilometer verderop lag. Bij de verhuurder gaf William aan geen aansprakelijkheidsverzekering te willen. Ik snapte dat wel: je wordt overal bang voor gemaakt, want stel je toch eens voor dat… Echter, Australië is een miniatuurversie van Amerika in vele opzichten en vooral op het gebied van aansprakelijkheidsclaims- en rechtszaken. Dat betekende dat we in geval van schade, ongeacht de schuldvraag, 5.500 AUS$ moesten betalen. Dat bedrag zou ook van toepassing zijn bij het aanrijden van dieren, als we bijvoorbeeld ‘s nachts een kangoeroe op de motorkap zouden krijgen. Nu stond alles op naam en creditcardnummer van William, waardoor ik gemakkelijk in zijn keuze mee kon gaan. Om mezelf wel buiten schot te houden, besloot ik niet te rijden. Zulks werd niet gecommuniceerd, zulks werd direct toegepast. En andersom had hij besloten het liefst zelf te rijden, want het was zijn creditcardnummer. Fijn om het met iemand eens te zijn. Dat was daarna in de supermarkt wel anders, nadat ik had opgemerkt dat hij nogal veel insloeg: “Are you intending to feed an exhausted football team, Will?” Maar hij kreeg zijn zin: we verlieten de supermarkt met een boodschappenkar vol impulsieve aankopen ter waarde van 157 dollar.

Zoals op deze kaart te zien is, is het een groot park (ter grootte van België) waar bijna geen wegen doorheen lopen. Bovenin is Litchfield Park Road, dat als doorgetrokken streep staat afgebeeld. Dat betekent dat het geasfalteerd is en wij er met onze 2wd-personenwagen konden komen. De onderbroken lijnen zijn onverharde wegen waar alleen 4wd-terreinwagens mogen komen. In feite konden we dus maar één weg afleggen en moesten we die ook weer terugnemen. We arriveerden bij de Magnetic Termite Mounds rond halfelf ‘s ochtends. Het waren termietenburchten van soms wel drie tot vijf meter hoog. Miljoenen kamertjes die door een enorm aantal werkers waren opgebouwd, verdedigd werden door miljoenen soldaten, onder bevel stonden van één enorme koningin en een kleinere koning. Termieten doen niet aan emancipatie.
Bij Buley Rockhole en de Florence Falls konden we zwemmen. De Florence Falls waren prachtig, maar druk vanwege het Paasweekend. We liepen door, om bij het eveneens drukke Buley Rockhole een plek te vinden waar we een waterbekken praktisch voor onszelf hadden. Niet te lang, de rit ging al snel verder. De Tolmer Falls (waar niet gezwommen kon worden vanwege het trapsgewijs vallende water – je zult maar worden meegesleurd) waren het decor van een korte rondwandeling. We sloegen vervolgens bewust de Wangi Falls over, omdat deze het grootste waren en dus voor later, en reden door richting Bamboo Creek Tin Mine. De weg daar naar toe was afgesloten en wie toch een poging zou wagen, zou 2000 dollar boete krijgen, volgens een verweerd bordje. Heerlijk, die Australische duidelijkheid: dit is de consequentie van jouw actie. We keerden om, naar een weggetje dat niet op de kaart stond aangegeven. Dat leidde naar de Cascades.
We parkeerden de auto daar en zagen dat de Lower Cascades afgesloten in verband met de aanwezigheid van zoutwaterkrokodillen, zo pal na de moessonregens. Maar de Upper Cascades waren open. Een bordje wees ons op het ‘Risk Management’ dat men hier voerde: om de kans te reduceren dat mensen worden opgegeten, worden er vallen uitgezet, waarna de gevangen krokodillen elders in het park weer in vrijheid konden leven maar niet waar de mensen waren. Risk Management. Het managen van risico’s. Het zal toch maar je baan zijn om elke vorm van spontaniteit om zeep te helpen… Dat betekent dat je mensen in hun vrijheid moet belemmeren omdat er een stel-je-toch-eens-voor zou kunnen plaatsvinden of, zoals in dit geval, krokodillen moet verplaatsen uit hun natuurlijke leefomgeving om mensen te laten recreëren. Ik had liever gezien dat ze de zwemplaats af zouden sluiten omdat het er domweg te gevaarlijk is.

Een zoutwaterkrokodil wordt weggehaald uit een permanente val bij de Cascade Falls Creek zodat mensen weer wat veiliger kunnen recreëren. Risk Management In Uitvoering.
Na een wandeling van ongeveer twee kilometer kwamen we bij de Upper Cascades uit. Onze waterflessen waren leeg, dus ik probeerde het water uit de rivier te drinken. Dit smaakte heel behoorlijk. Niet koel, maar toch verfrissend. We zaten dan ook vrij dicht bij de bron van de rivier. Het water was glashelder en we waren er met zijn tweeën. William verkoos een plek dat wijds en open was, terwijl ik wat meer stroomopwaarts een diepere poel uitzocht. Het was omringd met groen en dat maakte de mogelijkheid reëel dat er een ‘croc’ uit de bosjes het water in zou glijden. Niet elke krokodil zou ten slotte dankzij het Risk Management worden verbannen uit de eigen omgeving en dat gaf een spannend gevoel. Doordat je constant op je hoede bent, heb je het gevoel intenser te leven.
In Australië worden al duizenden jaren kleine stukjes bos in brand gestoken door Aboriginals. Op deze manier wordt de bush begaanbaar gehouden en ontkiemen zaadjes sneller in het vruchtbare asbed dat het vuur achterlaat. Australische planten groeien snel weer terug, dus veel schade berokkent het niet. Op de terugweg van de Upper Cascades naar beneden waren de bossen aan weerszijdes van het voetpad in brand gestoken en moesten we ons door dikke rookwalmen heen werken. Grappig genoeg hadden we onderweg naar de tinmijn een bordje gezien met: “Burning ground. No trespassing – 20,000 dollar fine.” We vroegen ons af of we nu 20.000 dollar kregen toegestopt wegens het gedwongen moeten betreden van zo’n burning ground…
We kampeerden die avond op een kampeerterrein naast de Wangi Falls. We hadden geen slaapmatjes en ik had zelfs geen slaapzak, maar William had wel een tent. Op twee badlakens en een plaid zou ik mezelf ‘s avonds te rusten leggen. Maar eerst het avondeten… We hadden blikvoer gehaald en de opengetrokken blikjes op gloeiende kolen gelegd, pal naast de vlammen van het kampvuur. Binnen tien minuten waren de Irish stew van Will en mijn raviola opgewarmd. William probeerde het als soep naar binnen te laten glijden bij gebrek aan enig bestek. Ik brak twee takjes af, om ze eerst kortstondig boven het vuur te sanitizen (Risk Management) en daarna te gebruiken als chopsticks voor het naar binnen werken van de raviola. Dat ging prima.
Slapen ging die nacht voor geen meter op de scherpe steentjes onder de tent (ondanks het vredige, constante gebulder van de ruim dertig meter hoge waterval op steenworpafstand bij ons vandaan). Ik was rond halfacht op en liep naar de Wangi Falls, waar net op dat moment een auto met twee rangers arriveerde. Ze begonnen het hek dat bezoekers aan de Wangi Falls bij het water vandaan moest halen dichter naar het water toe te verplaatsen. Het gevaar was namelijk minder groot nu de moesson alweer een paar weken geleden was gepasseerd. Het water begon weer weg te trekken en daarmee ook de zoutwaterkrokodillen. Ik liep naar de mannelijke ranger toe.
“Goodmorning.”
“Goodmorning, mate. How’s it going?”
“Exploring, mate, just exploring.” Ik wees naar het hek. “Risk Management in progress?”
“Risk management, ay? Yeah, sort of, I guess. Just want to keep people out of the water. It’s too dangerous with the underwater current, that’s kind of tricky, and there’s a good chance of crocodiles moving in when the creek’s flooding.”
“Do you let them sit here, the salties?”
“In Wangi Falls, yes. We may remove them from other places.”
“Isn’t that strange, to relocate a crocodile so people can play in its habitat?”
“That rarely happens, though. The Lower Cascades are closed, the Upper ones are open for people. Do we see one at the Upper Cascs, then we’ll relocate it to the Lower Cascs.”
“Risk Management…”
“If there really was a huge risk, we wouldn’t let anyone go there. Why do you think most of the park is closed to the public? The sign saying Risk Management is merely there so people are aware that there is a chance, because there’s always a chance, that there could be a saltie that may attack if you come up too close. Would we let you guys swim there if it was dangerous? No, of course not.”
“The fine line between risk and danger… What’s the chance of seeing one?”
“They are under water or in the shade during the day, and they’re shy, so your best shot is at night.”
Na een hele dag te hebben doorgebracht bij Buley Rockhole en the Upper Cascades, en weer avondeten op dezelfde manier te hebben gemaakt, gingen William en ik met onze hoofdlantaarns om negen uur ‘s avonds naar de Wangi Falls. Het was een tikkeltje onbezonnen, maar we zouden natuurlijk niks zien. En dat was ook het geval.
Woensdag was weer een spetter-spatter-snater/lekker-in-het-water-dag. En op donderdag, na drie gebroken nachten, hadden we alleen nog maar zin in een echt bed.
Tot de volgende keer!
Jeroen
mama
01/05/2011 at 7:28 pm
Hoi,
leuk verhaal en je bent dan wel echt in de bushbush. Jammer dat jullie niet op meer wegen kon rijden dan had je dieper het gebied in gekund.
En jammer dat je geen ‘salty’ gezien hebt. Dat heb ik nou steeds met die Amerikaanse beren……….
Maar wie weet, je hebt nog wat maandjes te gaan en je kunt nog van alles tegen komen.
Ik hoop dat je daarna wel lekker hebt geslapen!
tot volgende keer, mama