Een spoor bloed, vanaf de hoek van de straat. Flinke druppels, steeds drie of vier bij elkaar. Het spoor volgend, ligt er twintig meter verder een gitaar op straat; daarnaast een versleten rugzak. Pas dan merk ik een kleine, donkere man op. Hij zit naast het trottoir in de berm. Een Aborignal, die hevig uit zijn mond bloed. Zijn broekspijpen zitten onder, en zijn shirt. Het is allemaal donkerrood. Om hem heen, op de grond, ligt genoeg om de bloedbank een tijd lang te voorzien. Een Belg, die ook in mijn hostel verblijft, loopt met een boog om hem heen. Met zijn hand probeert de man het bloeden tegen te gaan, maar het sijpelt met ladingen tussen zijn gesloten vingers door.
Ik ren naar het hostel en kom terug met ladingen toiletpapier. Iets anders was er zo snel niet. Een Australiër belt 000, het alarmnummer. Ik geef hem een flinke hoeveelheid wc-papier en kniel naast hem neer. “What’s your name, mate?” “Eric.” Ik kijk met een vragende blik naar de Australiër. Die knikt bevestigend. “Okay Eric, there’s an ambulance coming. Can you tell me what happened?” Als Eric straks niet meer aanspreekbaar is, is het goed als zijn verhaal nog wel verteld kan worden, bedenk ik me. “Ik ben neergeslagen,” zegt hij. “Twee tieners.”
Eric praat onduidelijk en stinkt naar zweet. Hij weet niet waarom hij is neergeslagen, hij weet ook niet of anderen het gezien hebben. De Australische jongen met de telefoon komt er naar toe en neemt onder begeleiding van de telefoniste het gesprek met Eric over. De politie arriveert al snel. Eric kan ze slechts heel summier vertellen hoe zijn aanvallers eruit zagen. Blanke jongens met zwart haar, in zwembroek, zonder shirt. De helft van de blanke jongens in Darwin voldoet hieraan om twee uur ‘s middags, met de zon op z’n hoogst aan de hemel. Een tweede politieauto begint aan een ronde door de omgeving, maar komt na ruim vijf minuten alweer terug.
De ambulance laat op zich wachten. Terwijl Eric op de grond zit en herhaaldelijk nieuwe proppen wc-papier krijgt toegestopt van een Franse jongen en mij, blijft het bloed eruit gutsen. Als uiteindelijk de ambulance arriveert, wordt Eric van zijn doordrenkte kleding ontdaan en behandeld in de ziekenwagen. Hij begint te huilen en is steeds minder aanspreekbaar. De agenten zien er geen zaak van belang in en verdwijnen in hun politieauto. Ik heb er ook niks meer bij te zoeken en loop naar binnen voor een lange, reinigende douche.
Buiten drogen de bloeddruppels op; niet veel later zijn het zwarte vlekken op het cement van de stoep die zullen vergaan door de tand des tijds. Weinig voorbijgangers zullen ooit weten waarom dat bloed daar ligt. Eric zal zijn verhaal slechts aan zijn eigen volk willen vertellen. En de twee blanke jongens in zwembroek, waarom vonden zij het nodig om iemand zo hardhandig neer te slaan? Het antwoord op deze vraag is ongetwijfeld voorbehouden aan hun drinkmaatjes in de kroeg vanavond, als het tijd is voor sterke verhalen.
mama
03/05/2011 at 4:07 pm
Hoi, mijn eerste reactie was: blij dat jij het niet bent!
Maar wel erg, en inderdaad, net als overal in de wereld. Zo zie je maar dat je overal op je tellen moet passen.
Gelukkig voor hem was jij in de buurt:-).
groetjes, mama
sjors pieterse
03/05/2011 at 10:53 am
Bijzondere vorm van happy slapping Idd.;-)
sjors pieterse
02/05/2011 at 4:03 pm
Bizar verhaal, spijtig genoeg verschilt Australië niks van de “normale” wereld. T s overal, spijtig genoeg t zelfde…….
Steven
02/05/2011 at 3:21 pm
Ik kan niet iets anders zeggen dan: … Dit is niet mis.. De beste jongen. Eric.. Misschien was zijn gitaarspel niet goed genoeg? Een echte rocker slaat immers zijn gitaar kapot op een geluidsbox of het podium. Niet op zijn hoofd.
Vanaf nu zal hij door het leven gaan als Eric Slapton. CIC. NTT