Na enkele verzoeken om weer eens in het Nederlands te schrijven, geef ik natuurlijk graag gehoor aan die wens. Onder anderen m’n grootouders en andere familieleden, te weten in Havelterberg, hebben aangegeven minder tijd kwijt te zijn als m’n verhaaltjes in het Nederlands verschijnen.
Welnu, ik ben sinds ruim een maand in Dunsborough, een stadje aan Australische zuidwestkust. Het is hier werkelijk fenomenaal. Nooit eerder heb ik zo’n ruige kust gezien. Metershoge golven beuken hier uiteen op enorme rotspartijen. Tijdens zonsondergang speelt de zon een boeiend lichtspel met de oceaan. Het is gratis entertainment en het uitzicht over het water is werkelijk eindeloos. Zo ontzettend helder en kleurig, dat heb ik niet gezien in de andere plaatsen die ik tot nu toe heb mogen bezoeken in Australie.
In Dunsborough ben ik sinds het begin van september, nadat ik in Perth binnen acht dagen geen werk kon vinden. Nu was ik ook wel een beetje selectief met m’n sollicitaties, maar in die week ondervond ik de concurrentie van letterlijk duizenden andere backpackers die allemaal in de desperate zoektocht naar werk iets hoopten te vinden. De werkgevers worden dusdanig overstelpt met cv’s en korte motivatiebriefjes, dat ze niet eens antwoorden. Zo blijf je bezig.
Daarop besloot ik om naar een plek te gaan waar niet zoveel andere backpackers zijn. Het werd Dunsborough. Binnen 24 uur vond ik werk in een winkel waar irrigatie- en sprinklerinstallaties worden verkocht. Soms moet ik mee met de technici om greppels te graven of anderszins van nut te zijn, maar meestal ben ik in de winkel om de voorraad op peil te houden en overal en nergens te helpen. Soms van de regen in de drup, bij ThinkWater Dunsborough, want ik heb natuurlijk vrij weinig kennis op dit gebied.
In m’n vrije tijd is er weinig verveling bij. Ik verblijf hier in een baai, waar de geisoleerde ligging de golven breekt en het water zich gedraagt als zijnde het IJsselmeer. Het is erg kalm. Maar dan doorzichtig, warm en zout. Als we hier zwemmen, wat letterlijk vijftig meter lopen is vanuit m’n hostelkamer, worden we regelmatig gepasseerd door mantaroggen van twee meter wijd. Met kalme bewegingen zwemmen ze voorbij, met hun vinnen als vleugels door het water. Soms schiet er een krab van twintig centimeter voor je voeten weg. Het is het paradijs, kun je wel stellen.
Naast de wekelijkse drinksessie, houd ik me bezig met een sci-fi-roman (“Kaydin”), die nu bijna af is, een cursus om leraar Engels te worden in Aziatische en Zuid-Amerikaanse landen (die ook bijna af is) en een Engelstalig boek over backpacken in Australie. Dat laatste zorgt voor veel interesse bij de mensen die hier ook verblijven: ze willen allemaal erin voorkomen. Dat kan natuurlijk niet, omdat het verhaal anders honderden kanten opschiet, maar het is zeker goed voor de afzetmarkt, zal ik maar zeggen, dat er op Facebook al over gesproken wordt.
Het plan is nu om nog drie of vier weken hier te blijven werken en daarna een korte roadtrip over de Nullarbor Plain te ondernemen. Ik weet nog niet hoe dat vormgegeven gaat worden en met wie ik dat ga doen, maar zoiets lost zich altijd vanzelf op. Ik weet wel dat het minstens vijf keer goedkoper moet worden dan de vorige roadtrip, langs de westkust. Maar goed, die roadtrip (beschreven in “Roadtrip through Flytopia”) was dan ook wel een dijk van een ervaring, om 4.172 kilometer in een terreinwagen in m’n eentje af te leggen. De trip langs de zuidkust is een ander verhaal, omdat er niks te zien is. Het gaat daarbij om het ervaren van de leegte en het bezoeken van enkele attracties aan het begin en aan het einde (waarbij onder andere de cliffen aan de kust van honderdvijftig meter hoog op nummer 1 op het verlanglijstje prijken).
Mensen die backpacken zijn allemaal jong en vaak voor het eerst alleen van huis. Dat zorgt ervoor dat we allemaal in dezelfde schuit varen en dat iedereen elkaar opzoekt. Een mens heeft mensen nodig, want dat is wat ons tot mens maakt. ‘Ubundu’, heet dat in een Zuid-Afrikaanse stamtaal. En dat zie je terug. We eten bijvoorbeeld samen in een groep van zeven personen, die om de beurt voor elkaar koken. Ik vind dat allang best: ik kook liever 1 keer goed, dan zeven keer alleen voor mezelf. Zo is het nog een beetje de moeite waard. Ik koester vooral de zes avonden dat ik niet hoef te koken. Bedje gespreid, bordje bereid. En we drinken ‘s avonds een biertje na de koffie, spelen een spelletje kaart en gaan dan rond elf uur naar bed omdat de volgende ochtend de arbeid weer roept. En dan denk ik vaak: in Nederland staren we ‘s avonds alleen maar naar die klote-televisie. Ik heb hier al maanden geen televisie gezien, afgezien van een incidentele sportwedstrijd in een kroeg. Die verlaten we dan meestal om die reden (geloof het of niet). Ik vind dit sociale gehalte veel beter. Elke avond met je nieuwe vrienden hetzelfde doen kan gaan vervelen, maar doet het niet als je gezellige mensen met humor hebt. We lachen ons rot hier. Nee, ik zie mezelf voorlopig nog niet met m’n vriendin op een bank tussen vier muren zitten zonder reuring om me heen. Dat betekent overigens niet dat ik privacy mis. Vooral als ik die cursus doe of aan die boeken probeer te werken, is het erg storend als iemand weer tegen je begint te praten. Maar ook dat went.
Ik zeg: Ubundu! Dat kan ook in Nederland. Maar ja, wie verlaat dagelijks huis en haard om bij vrienden te zitten zonder televisie? Toch, probeer het eens. De kwaliteit van het leven schiet omhoog. Ubundu.
Jeroen M. A. Vogel
14/02/2012 at 4:24 pm
Hoi Lisa,
Ik keek van de week weer eens televisie. Een film met Jack Black. De film werd elke twintig minuten onderbroken door reclameblokken. Ben ervan weggelopen…
Ik heb trouwens je foto’s van het schaatsen in Giethoorn gezien. Nederland ziet er erg mooi uit, en lekker koud, inderdaad. Ik hoop dat jullie het naar je zin hebben op de bevroren wateren!
Groetjes, Jeroen
Je nichtje Lisa
12/02/2012 at 5:47 pm
Hallo hallo,
Dus die tv mis je niet? Kan ik begrijpen. Maar ik moet zeggen, hier nu in NL…. lekker koud..
En dan ‘s avonds op de bank, wijntje erbij en een goede film is ook niet verkeerd.
Maargoed, dat sociale gehannes is ook wel veel leuker hoor. Zo ga ik volgend weekend met Tessa naar Eindhoven, daar gaan we 2 dagen carnavallen. Vorig weekend zijn Paul, Jeroen, Mattijs en ik ook in Eindhoven geweest, in het Klokgebouw. Daar speelde Dropkick Murphys, misschien heb je er ooit van gehoord.
En er zijn weer een aantal tickets besteld voor wat hardcore/hardstyle feestjes… dat blijft hier wel doorgaan.
Over een kleine 2 uurtjes komt Joop hier met 2 ooms en 1 tanta en dan gaan we schaatsen hier in Giethoorn. Er is een of andere tour hier, ze verwachtten 10.000en mensen… Lekker druk dus..
En tanta Lau, over spelletjes gesproken.. Pa, ma, Paul en ik hebben gisteravond nog geyahtzeed… We hadden overigens wel de tv aan, maar die stond op Arrow Classic Rock FM
Groetjes Lisa
pa
14/01/2012 at 6:07 pm
Hallo Jeroen,
Je hebt natuurlijk gelijk, ons leven is hier erg voorspelbaar. Maar altijd spelletjes doen, liever goede inhoudelijke gesprekken en ontspanning tussendoor. Ook veel sporten en artikelen schrijven geeft afleiding.
Groetjes,
Pa
Laura
14/01/2012 at 2:20 am
Hoi Jeroen,
leuk weer eens iets te lezen. Ik had al beloofd je Engelse epistels te vertalen, maar ik heb tot nu toe geen tijd gehad! Klinkt inderdaad als het paradijs. Gisteren nog een reportage gezien van iemand die tussen de mantaroggen liep in Australië. Daar ben ik nu wel jaloers op!
En die avonden, ik weet er alles van. Deden we bij René en vroeger in Ermelo ook altijd.
Gewoon ontspannen zitten, kletsen, spelletje doen, dan komt de avond wel om.
Ik probeer mensen wel te stimuleren om spelletjes te doen maar ik kan niemand vinden!
Geniet er maar van en neem die houding met je mee! Ook als je weer thuis komt.
liefs, mama